</head><body>

Chapter One: the brown guy and his women

maandag, juli 30, 2007


Tijdens mijn eerste weekend in Taiwan ontmoet ik wat meer interns. De enige die echt tijd schijnt te hebben voor me is een indier van New Delhi. Sinds die zaterdag heb ik het merendeel van mijn vrije tijd met hem doorgebracht. Lange discussies en verhalen over ons leven en de wereld in het algemeen. Zijn ex had hem gedumpt tijdens de eerste week dat hij in Taiwan was terwijl zij in Parijs zat. Hij staat net een beetje buiten de groep van andere interns en doordat ik zoveel met hem optrek beland ik daar ook (alhoewel het meer te maken heeft met het feit dat ik zo laat ben gekomen).

Tijdens mijn eerste werkweek doe ik niet zo heel veel. Het merendeel van de tijd moet ik mijn uren vullen met papers opzoeken. Ze hadden niet echt een opdracht voor mijn internship. De bedoeling was initieel dat ik zelf maar iets moest bedenken dat ik wou doen. Relatief vlug had ik samen met Krzysztof iets bedacht dat wel interessant en haalbaar scheen. Het probleem met dit idee schuilt echter in het feit dat ik veel hulp zo nodig hebben van andere mensen om mijn samples te maken en dat ik de nodig support en funding zou moeten vinden alvorens echt iets te kunnen doen. Ik ontmoet mensen in wiens labo’s ik zal moeten werken, praat met mensen die me willen helpen, kijk mee tijdens HR-TEM (high resolution transmission electron microscopy) metingen van Krzysztof samples, zit in saaie meetings waar ik niets verloren heb en lees veel papers om de tijd te doden tussen msn chats met andere interns. Na een week zie ik eindelijk de binnenkant van een echt chemisch lab en het is verdomme een rommelig en smerig labo. Krzysztof toont mij de basis van zijn proces om een counter electrode te maken en al bij al is het eenvoudig en snel gedaan. Drie jonge mannen van het lab nemen ons mee naar een restaurant voor de lunch. We vergeten hen terug te betalen en keren terug naar ons kantoor. Schuldgevoel bekruipt me. Volgende keer betaal ik ze wel terug. Waarschijnlijk.

Het is woensdag en de andere interns willen in ‘s avonds naar de disco gaan en ik zeg aan de indier dat ik wel mee wil. De managers van het kantoor hebben lunch besteld voor iedereen op kantoor en we eten allemaal samen in een meeting room. Ik ontmoet het hoofd van mijn departement en we praten voor enkele minuten. Amanda moet in de namiddag een poster voor de lobby gaan reviewen bij de publisher en stelt voor dat Krzysztof en ik meekomen met haar wagen. Ze zou ons de stad een beetje tonen waar ze moest zijn en ik zou in een Carrefour wat inkopen kunnen gaan doen. Eens we bij de publisher zijn wordt het duidelijk dat het meer dan 50 posters zijn dat ze moeten reviewen en we zitten daar een hele lange tijd voordat Krzysztof en ik beslissen naar de Carrefour te gaan. Hij toont me heel wat soorten fruit en ik koop er heel wat. Amanda is klaar en vertrekt van de publisher maar vindt ons niet meer terug. Bijna ging ze ons laten omroepen in de Carrefour wanneer we haar plots tegen het lijf lopen. Het was al na zes uur en Krzysztof willen samen iets gaan eten in de straatmarkt nabij de plek waar hij woont. Ze leiden mij rond in de straatmarkt en ondertussen wordt het donker. Ik begin in te zien dat ik niet mee zal kunnen gaan met de andere interns en ik heb geen enkele manier om hun te waarschuwen of te zeggen waar ik ben. Ondertussen gaan we naar een electronica zaak en bekijken een heleboel nieuwe gsm’s. Op de weg terug naar Krzysztof’s flatje verplichten ze mij om beetlenuts te kopen. Die worden verkocht door meisjes die wij al belgen volledig zouden aanzien als hoeren. Ze zitten halfnaakt in een boetiek op een stoeltje achter een vitrine met fluo groene of roze TL lampen om hun heen. Ze verkopen echter niet hun lichaam maar beetlenuts. Het is een soort noot die truckchaffeurs en gelijkaardig volk kopen om wakker te blijven tijdens hun lange ritten en de vrouwen zitten daar enkel op die manier om meer te verkopen. Beetlenuts kunnen kanker veroorzaken en wordt aanzien als iets dat je niet zou moeten eten als deftige burger. Het is iets waar je moet op kauwen en dan het vocht ervan uitspuwen. Het smaakt afschuwelijk slecht en je krijgt er rode tanden van. Amanda en Krzysztof verplichten mij om een pakje te gaan kopen en later in zijn flatje eten we er elk 1. Bah, gore smaak. Ik ontmoet Krzysztof’s vrouw en het wordt vrij laat. Tegen 1u30 zijn Amanda en ik terug op de campus. Ik kruip in bed en tegen 2u30 word ik wakker gebeld door de indier die samen met de rest juist terug is van de club en wou weten of ik nog leefde. Ja dus.

Prayag, de indier, hoort van iemand van zijn kantoor van een plek die Lavender Garden heet en de foto’s die hij me toont op internet lijken ongelooflijk fabelachtig. We proberen een manier te vinden om er te raken maar al snel ontdekken we dat de treinlijn die richting Neiwan gaat niet meer rijdt en dat we dus een andere oplossing moeten bedenken. Ik spreek er met Amanda over en vraag haar om de website van Lavender Garden te vertalen. Vijf minuten later heb ik het voor mekaar dat zij ons met haar wagen naar daar brengt en ons een hele dag de mooie dingen in de buurt toont. Een uur later stel ik haar voor aan Prayag en gaan we met drie gaan avondeten bij een vietnamees. Twee dagen later staan we terug met drie om 8u ’s morgens in de lobby van building 89, klaar om te vertrekken voor een dag vol avontuur. Een dag die uiteindelijk 1 van de meest aangename dagen in lange tijd zou blijken. Na wat rondzoeken en directies vragen komen we voorbij het dorpje Neiwan en tijdens de doortocht spreken we af om hier later op de dag terug te komen in de rivier in te gaan. We rijden eerst verder naar Lavender Garden wat een beetje hoger in de bergen ligt. Eens daar lijkt er heel wat volk op af gekomen de zijn, het is namelijk zondag voor iedereen. Lavender Garden is ongelooflijk mooi, de garden zelf maar eigenlijk vooral het uitzicht langs alle kanten. We lopen overal rond, praten over van alles en nog wat en genieten van het uitzicht. Prayag geniet zienderogend van de aandacht die hij krijgt van Amanda en ik gun het hem. Hij breekt me eindeloos lang af voor haar zodat hij bijna een god lijkt, ik weet dat het allemaal om te lachen is en bijt niet terug behalve als hij echt te ver gaat. Na wat aanschuiven kunnen we eindelijk een maaltijd krijgen in het restaurant van Lavender Garden. Het is een vrij dure maaltijd maar overheerlijk. We krijgen een mooie tafel met een ongelooflijk zicht. Terwijl we eten wordt het steeds mistiger en bewolkter tot als het plots begint te regen, bliksemen en donderen. We genieten van de plotse afkoeling van het weer en genieten van de regen. De klok tikt verder en uiteindelijk keren we terug naar Neiwan waar we een marktje aflopen en proeven van vele plaatselijke delicatessen. Na wat omwegen komen we terug bij de rivier, doen we onze schoenen uit en pootje baden richting een grote rots midden in een hevige stroming. Prayag kan niet zwemmen en maakt handig gebruik van dit feit om zich aan Amanda vast te klampen. Grappig grappig. Een bruine indier, een geel taiwaneesje en een blanke belg komen uiteindelijk veilig bij de rots aan. Prayag en ik proberen eindelijk om Amanda’s levensverhaal te horen maar ze durft niet te veel te vertellen maar luistert gretig naar onze verhalen. Ze vertelt een beetje over haar verblijf in de UK en de US en haar relaties. Er wordt heel wat afgelachen en geplaagt. Stilletjes aan zijn we niet meer gewoon twee interns voor haar. We lopen over een houten brug en mensen bekijken ons overal we langskomen. Stilletjes aan keren we terug. Eens op de campus spreken we af om samen pizza’s te gaan eten en daarna een bar te zoeken. Na de pizza’s komen we in een bar waar ze Stella’s verkopen voor een slordige 5 euro de pint. Ik drink geen stella, obviously. Stilletjes aan wordt de sfeer zeer relaxed en de zetels worden dieper. Om twaalf uur dertig gaan we naar buiten en stappen we naar het midden van een gigantisch rondpunt waar een soort tempel staat. We zitten op de trappen voor de tempel tot 2u en breken Amanda’s burcht stilltetjes aan af. Uiteindelijk verteld ze ons iets dat ze niet gemakkelijk kwijt kan. De sfeer is een beetje die van een black comedy. Melancholisch gelukkig, iedereen deelt zijn demonen met de rest. Een meute straathonden bekruipt mekaar in de achtergrond en uiteindelijk keren we terug naar de campus. Het is stil in de wagen maar niet helemaal stil. It’s weird that I had to come half way around the world to find people to really communicate with. Thanks for a beautiful day guys.

opgehoest door Sicyon
04:37
[-] 0 aanklacht(en)

--------------------------------------------------------

Tai-what-now? What the hell got into you boy?

vrijdag, juli 20, 2007


Rufi in Taiwan, the tale of a thousand smiles and misunderstandings

Chapter 0

July 18th, departure:

Een donkerbruin vermoeden bekruipt mij terwijl ik voor de laatste keer het appartement afloop op zoek naar dat ene ding dat ik vergeten ben. Ik geef op en kijk nog voor een laatste keer naar die kamers waar ik een jaar lang in geleefd heb en die ik nooit meer zal terugzien. Ik sluit de deur achter me en vertrek richting station. De mooie valies die ik van Francis even leen zit goed vol maar is verre van handig om mee te wandelen, wieltjes of geen wieltjes, het ding bijt een naarstig stuk vlees uit mijn enkels in de kort tred naar het station. Trein richting zaventem, alles verloopt vlot maar ik ben veel te vroeg in de luchthaven. Ik moet eindeloos lang wachten alvorens ik mijn bagage kan inchecken en onderwijl moet ik dus genadelos rondzeulen met die valies opzoek naar een middagmaal. Ik verbrand mijn tong en gehemelte op een veel te warm broodje, een broodje dat ik de volgende dag nog steeds niet vergeten ben.

Vlucht van Brussel naar Amsterdam met de Cityhopper, een Fokker 50 twee propeller vliegtuigje waar niet zo magistraal veel mensen in kunnen. Dit kleine ding lijkt verdacht op een ritje in Disney-land bij opstijgen, landen en turbulenties. Het hoofddoel is vooral het heftig door elkaar schudden van de passagiers. In vergelijking met de Fokker 50 is de Boeing 747-400 waar ik later op zit een ware luxe suite. In Amsterdam moet ik 3 uur met mijn vingers draaien aleer ik terug op het vliegtuig zit. Ik schuif daarvan een halfuur aan in een rij van de Burger King. Een schandaal is dat, een echt schandaal. Wireless in de vlieghaven schijnt wel te werken maar schijnt ook betalend dus daar hield ik me niet mee bezig. Ik ga dan maar weer richting de boarding gate alwaar ik nog maar eens mijn gordel uit moet trekken om voorbij de metaal detectors te raken. Met mijn broek aan mijn enkels hop ik door de detectors onder het minachtend oog van airport security. “Heb ik iets van u aan misschien?” Daar hadden ze niets op terug, mijn gordel kreeg ik spoedig in de handen gedrukt.

Ik stap aan boord de boeing 747 en zie dat mijn plekje heel aangenaam net langs het gangpad is. Een goed voorteken dat die 15 uur nog zo erg niet zouden zijn. Gedurende 15 uur wordt ik volledig op mijn wenken bediend terwijl ik de ene film na te andere kan bekijken. Slapen doe ik af en toe, rechtstaan ook af en toe. Het meisje naast me voorziet me af en toe van wat menselijke warmte want die verdomde vliegers zijn toch niet zo warm.

July 19th, birthday-time (bedankt aan alle mensen die toch een manier gevonden hebben om mij te bereiken en schaam op jou aan al de rest)

Tussenstop in Bangkok, Thailand. Al de sekstoeristen stappen af en dat zijn er heel wat. Ik kijk hen allemaal diep in de ogen en weet je wat, geen greintje schaamte. Het zullen wel allemaal hollanders zijn, zo zijn die mannen wel. Gras-smoking perverts the lot of them! Ik krijg een uurtje de tijd om mijn benen wat te strekken om Bangkok airport een beetje te bekijken. De WC's zijn proper maar bevatten heel wat meer water in de pot dan een doorsnee belgische WC. Resultaat: natte kont. Ik en mijn natte kont gaan eindelijk terug aan boord voor een 3 uur durende vlucht van Bangkok naar Taipei.

Taipei airport, alles blinkt en ziet er netjes uit. Het wordt heel snel donker buiten terwijl het nog maar 18u30 is in plaatselijke tijd. Later verneem ik dat het hier vaak al rond 17u30 donker is. Na bagagge claim, passport check en customs kom ik in de aankomst hal waar ik tussen de rijen naambordjes al snel mijn eigen naam vind. Mijn chauffeur spreekt duidelijk geen engels en ik geen mandarijns dus is het tamelijk stil tijdens de rit van Taipei naar Shinsu. In downtown Shinsu zijn de straten vol mobilletjes. Vol zeg ik u, vol. Een zee van scooters omgeeft ons langs alle kanten. They're everywhere! Don't stop here! We're in batt-country! (crf Fear and Loathing in Las Vegas) Mijn chauffeur kan zijn mannetje nog staan en dat is een geluk. Ik vlieg geen halve wereld rond om om te komen in een verkeersongeluk.

Aankomst in ITRI. Mijn chauffeur zet me af in de loby van Building 89 (the dorm). Amanda zou me opwachten in de lobby maar daar was ze dus niet. Twee mannen aan de lobby slagen er met vereende krachten in mij uit te leggen dat ik een handtekening moet zetten aleer ik mijn sleutels krijg. Alvorens mij zelf mijn kamer te laten zoeken krijg ik ook nog een briefje voor ontbijt de volgende dag. Ik vind mijn kamer en twee minuten later belt Amanda om me te zeggen dat ze mij morgenvroeg wel komt oppikken. Even goed, ik ben moe en zou liever wat op mijn gemak bekomen van de vlucht. Buiten is het donker, warm en vochtig, zo vochtig. Het is zwaar om buiten te zijn maar binnen is alles voorzien van airconditioning. Mijn kamer is aangenaam maar doet wat ouderwets aan. Internet blijkt super traag aangezien een onderzeese aardschok de kabels met het vasteland beschadigd heeft. Ik probeer de campus een beetje te verkennen maar het is te donker, te groot en te warm dus keer ik al snel terug naar mijn kamer om te gaan pitten.

July 20th, first day of work

Amanda pikt me op en aangezien er nog niemand op kantoor is gaan we gezellig ontbijten. Ik ontdek de campus een beetje. Hier werkt 6000 man en er is maar 1 echte cafetaria die welliswaar redelijk gigantisch is. Ik word naar HR gebracht waar een foto wordt genomen en wat papierwerk gedaan wordt. Ik ontmoet een heleboel mensen waar ik de naam al lang niet meer van weet. Taiwanese mensen zijn heel vriendelijk en open (iedereen die ik hier ontmoet heb eigenlijk) maar hebben ongelooflijk lastige namen. Ik wordt een beetje rondgeleidt door Dan van HR en uiteindelijk kom ik terug op mijn kantoortje aan waar ik mijn mentor ontmoet. Krzysztof is een Pool die hier voor 7 maanden op een projectje komt werken. De andere persoon in het kantoortje is Cristophe, een Fransman die hier drie dagen geleden is toegekomen. Beide zien er nog jong uit maar toch duidelijk ouder dan mij. Krzysztof is een heel joviaal iemand maar is wat gestressed omdat hij om 14u een presentatie moet geven. Hij geeft me wat papers te lezen terwijl hij zijn presentatie voorbereid. We gaan samen lunchen, iets dat ik alleen nooit aangedurfd zou hebben. Het is een kleine hel met al dat volk en al die chinese tekens. Een vriendelijke Taiwanees gaat een vork voor mij halen nadat hij me vijf seconden met die chopsticks aan het werk ziet. I'm going to go hungry if I don't learn this soon.

Krzysztof had meegedaan aan een wedstrijd. Een team van 7 man van heel de wereld waar hij deel van uitmaakte moest normaal gezien naar Taiwan komen om het voorgesteld project te volbrengen maar na gewonnen te hebben wou uiteindelijk maar 2 man echt de reis naar Taiwan maken. Van die 2 was er één Zuid-Afrikaans meisje dat uiteindelijk haar studies niet tijdig kon beeindigen en dus zit hij hier helemaal alleen. Zonder veel ondersteuning en schijnbaar zonder echt veel hulp van de mensen om hem heen, moet hij hier werken op een project omtrent dye sensitized solar cells. Ik moet hem daarmee helpen maar na deze eerste dag weet ik eigenlijk nog altijd niet wat voor werk hij juist doet hier in Taiwan. Ik heb zijn presentatie bijgewoond waar hij wat meer uitleg gaf maar die presentatie was niet zo verhelderend en niet zo educatief. Nothing new under the sun. Ik ontmoet nog meer mensen waar ik de naam niet meer van weet en al bij al toch niet zou kunnen uitspreken. Ik krijg wat naamkaartjes in mijn handen geduwd en we maken nog wat rondleidingen in gebouwen die ik nu al niet meer echt weet zijn. Terug op het kantoor maken Amanda en Krzysztof een rondleiding door de labo's met me. Ze zien er eerlijk gezegd nogal raar uit. Het is precies of ze er nog maar net zijn, of ze net verhuisd zijn en nog aan het opzetten zijn. Ik denk ook dat het een beetje zo is. Ik denk dat Krzysztof hier niet werkt momenteel want ik heb geen enkel wet chemistry lab gezien, enkel characterisatie apparatuur. Een kleine clean room waar ik deze stage echter niet in hoef te zijn al een geluk.

Het weekend begint en Amanda en Krzysztof nemen afscheid van mij. Krzysztof woont niet op de campus maar een beetje verder richtin downtown Shinzu waar hij op een residentiele campus van ITRI met zijn Franse vrouw woont. Ik keer terug naar mijn kamer in de dorms. Ik vecht met het slot van mijn deur terwijl binnen de telefoon afgaat. Eindelijk gaat de deur open en stopt de telefoon met rinkelen. Te laat. Ik begin dit relaas uit te tikken en iemand klopt op mijn deur. Twee meisjes, ook stagairs. De namen ontgaan me rapper dan verwacht. Eentje frans, eentje van de US. God wat was hun naam nu weer. Just ask, ask again.

opgehoest door Sicyon
12:43
[-] 3 aanklacht(en)

--------------------------------------------------------